Posts tonen met het label gedrag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedrag. Alle posts tonen

vrijdag 21 februari 2025

In de wachtkamer

Afbeelding via Pixabay

In de best wel volle trein kwam ik naast een man te zitten die op zijn laptop zat te werken. Een vluchtige blik op het apparaat en de openstaande programma’s identificeerde hem als collega.

Op een gegeven moment zat hij in een telefoongesprek. Ik luisterde niet actief mee, maar ik hoorde natuurlijk wel iets. En wat ik hoorde, stemde mij zeer tevreden. Om te beginnen sprak hij zachtjes, en in korte zinnen. Het was eigenlijk vooral luisteren en af en toe kort reageren. Ik hoorde hem geen informatie geven. Keurig, collega!

Hoe anders is de ervaring van een collega, die in de wachtkamer van de tandarts zat. Nou ja, wachtkamer: in een hoekje van de receptie stonden wat stoelen. Achter de balie zaten twee assistentes. De ene, Toos*, zat met enige wanhoop in de ogen door computerschermen heen te klikken en zei uiteindelijk: “Ik kan de gegevens van mevrouw Dekker niet vinden in TND.” Haar collega Cindy vroeg naar de geboortedatum van mevrouw Dekker. “Aha,” zei Cindy, “ze is van 1999 en daarom staat ze nog niet in TND. Wat is haar telefoonnummer, dan bel ik haar wel even.” Toos las het telefoonnummer op en Cindy ging bellen.

“Goedemorgen mevrouw Dekker, met Cindy, assistente van tandarts Kroon. Ik heb even wat gegevens van u nodig om uw behandeling in ons systeem op te nemen. Wat zijn uw voorletters? ABG? Mooi. En uw BSN? Ja natuurlijk, ik wacht wel even. (…) Ah, daar bent u weer. Ja, ik schrijf mee. 1-1-2-7 5-5 9-5-0? Dank u wel. En als laatste heb ik nog uw adres nodig. De Beugel 5? 8462 DR? Mooi zo, dan heb ik alles compleet. Zullen we maar meteen de eerste afspraak voor uw wortelkanaalbehandeling maken? Kunt u vrijdag om 9 uur? Prima. Als ik dan nog uw e-mailadres mag, dan stuur ik u een bevestiging. marlies@dekker.com? Prima, dan zien we u overmorgen. Prettige dag nog!”

Onze collega kon zijn oren haast niet geloven. Hij had nu een compleet setje persoonsgegevens van iemand en hij wist wanneer mevrouw Dekker niet thuis zou zijn. Door de informatie over haar behandeling wist hij bovendien dat ze wel even een poosje weg zou blijven.

“Ha, handig, met deze informatie kan ik identiteitsfraude plegen.” Of: “Mooi, dan leg ik mijn inbrekersgereedschap alvast klaar.” Ik geef toe dat de kans, dat de onbedoeld gedeelde informatie toevallig terechtkomt in de oren van een cyber- of fysieke crimineel niet zo heel groot is. Maar dan nog: iedereen voelt aan z’n water dat wat hier gebeurde gewoon niet hoort. Als dat allemaal hoort, dan weet je dat ze ook zo omgaan met jouw gegevens. Daar zou jij je ook niet lekker bij voelen. En stel je eens voor dat onze wachtende collega een kennis van mevrouw Dekker was. Komt hij haar een week later tegen: “Hé Marlies, hoe gaat het met je kies?” Dat zou toch raar zijn?

Maar er is natuurlijk ook een juridisch probleem. De nietsvermoedende, goedbedoelende tandartsassistentes hebben niet alleen persoonsgegevens, maar zelfs medische gegevens gelekt. Onder de AVG (de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming) hebben die de status van bijzondere persoonsgegevens, waar nog strengere regels voor gelden dan voor gewone persoonsgegevens.

Toos en Cindy deden gewoon hun werk. Zij kunnen er ook niks aan doen dat tandarts Kroon een afgescheiden wachtkamer zonde van het geld vond. Het telefoongesprek elders voeren kon ook niet, want dan kon Cindy de gegevens niet in het systeem zetten. Datalekken zijn in deze situatie dan ook voorgeprogrammeerd. Zeker als mensen zich niet bewust zijn van wat er gebeurt. Een datalek zit in een klein hoekje.

Ik wil ook nog even kijken wat er aan de andere kant van de lijn gebeurde. Wat als het helemaal niet de tandartsassistente was die mevrouw Dekker belde, maar iemand die eropuit was om persoonsgegevens te verzamelen? De kans is natuurlijk klein dat zo iemand net belt als je met kiespijn rondloopt. Maar als je die omstandigheid weglaat, dan wordt het een ander verhaal. Als iemand die je niet kent om gegevens vraagt, zeg dan dat je terugbelt. Bel dan naar het algemene nummer van het bedrijf en vraag naar de persoon die jou zojuist belde. Als dat niet kan, vraag dan of ze inderdaad gegevens nodig hadden. Zo voorkom je dat je zelf je eigen gegevens lekt.

*) Uiteraard zijn alle persoons- en systeemgegevens aan mijn fantasie ontsproten.

 

En in de grote boze buitenwereld …

vrijdag 8 juni 2018

Hufters & privacy


Op de snelweg haalde ik een rijtje auto’s in. Bij één van die auto’s ging het linker knipperlicht aan en hij schoof een klein beetje op naar links. Ik toeterde, want daar was helemaal geen ruimte voor die auto, ook al was het maar een kleine. Het autootje aarzelde, zijn bestuurder draaide zich zowat helemaal om in zijn stoel, keek mij onbewogen recht in de ogen en stuurde zijn vehikel rustig tussen het mijne en mijn voorligger, mijn claxon negerend. Toen ik hem even later alsnog passeerde en hem verbijsterd aankeek, maakte hij een gebaar dat waarschijnlijk zoiets moest betekenen als “maak je niet druk”.

Op de fiets had ik net een andere fietser ingehaald toen ik bij een kruispunt aankwam waar ik voorrang moest verlenen. Daar stond ook een auto te wachten en ik stelde mij rechts naast hem op. Er kwam nog een andere fietser rechts van mij staan en toen hoorde ik de fietser die ik net had ingehaald achter mij mopperen dat die ander hem had gesneden. Waarop mijn buurman zich omdraaide en zei: “Ach man, stel je niet aan.”

Ik heb nooit begrepen hoe dat werkt in het brein van verkeershufters. Ze doen iets wat overduidelijk niet oké is, je zegt of toetert er iets van en uit hun reactie blijkt dat ze ervan overtuigd zijn dat jij zojuist iets stoms hebt gedaan. Na een dergelijke interactie zou ik graag eens op neutrale toon met zo iemand willen praten, want misschien zie ik wel iets over het hoofd. Helaas kun je als burger zo’n automobilist niet even aan de kant zetten. En die fietser, tja, dat was mijn zaak niet.

Het komt gelukkig niet vaak voor dat ICT-gebruikers, die op een fout op beveiligingsgebied worden gewezen, zich hufterig gedragen. Jaren geleden was er wel een heftig geval. We kregen signalen dat op een bepaalde pc foute dingen werden gedaan. We stuurden iemand op pad om die pc voor onderzoek op te halen. De gebruikers van die pc raakten zo in paniek dat ze onze man een duw gaven, waardoor hij op de grond viel. En ze beletten hem de kamer te verlaten. We hebben destijds nog onderzoek laten doen naar wat er zich op die computer allemaal afspeelde.

De meeste inbreuken op de beveiligingsregels worden, zo blijkt steeds weer, uit onwetendheid gemaakt. Gelukkig maar. Als je mensen op dergelijke per-ongelukjes aanspreekt en uitlegt waarom iets fout is, dan begrijpen ze dat meestal wel. Schaamte is daarbij trouwens ook een vaak geziene emotie – vaak snappen mensen wel dat ze het zelf ook hadden moeten weten.

Onze inspanningen om nut & noodzaak van de regels uit te leggen, werpen hun vruchten af. Vaker dan vroeger vragen collega’s vooraf of iets wel kan. Er wordt dus goed nagedacht. Soms schieten ze zelfs een beetje door: dan denken ze dat iets niet kan terwijl daar helemaal geen bezwaar tegen is. Maar ik heb vele malen liever tien van deze vragen dan één gemiste kans om de beveiliging intact te laten. Blijf dus komen. De enige domme vraag is de niet gestelde vraag.

Op privacygebied ga je dat de komende tijd ook vaak zien, dat mensen denken dat iets niet mag. Vaker nog dan voorheen zal men na de volledige inwerkingtreding van de AVG (nu twee weken geleden) denken dat iets niet mag, want privacy. Of men verschuilt zich erachter om iets niet te hoeven doen. Wat daarbij vaak wordt vergeten is dat we ons niet in een dagopvang of zo bevinden, maar in een organisatie zijn aangesteld om bepaalde werkzaamheden uit te voeren volgens de regels die die organisatie heeft opgesteld. Dan is het toch logisch dat die organisatie middelen heeft om het gedrag van haar medewerkers inhoudelijk te controleren? Meestal gebeurt dat aan de hand van logging, die nadrukkelijk mede voor dit doel wordt vastgelegd. Soms, als iemand van ernstigere zaken wordt verdacht, is een daadwerkelijke inbreuk op de privacy noodzakelijk om bewijs te verzamelen. Dat gebeurt nooit zonder juridische toetsing en toestemming. Je mag er dus van uitgaan dat je privacy goed wordt beschermd, mits jij ook de organisatie beschermt. Privacy is een serieuze zaak.

Ook verkeershufters hebben recht op privacy. Een foto op social media posten waarop zo iemand herkenbaar in beeld staat, of waarop het kenteken leesbaar is – helaas. Je zult dan eerst om toestemming moeten vragen…

En in de grote boze buitenwereld …


... bestaat er alleen nep-AVG-keurmerken.

... heeft de Belastingdienst nog een jaartje nodig om volledig aan de AVG te kunnen voldoen.

... heeft het Britse Bijbelgenootschap een fikse AVG-boete gekregen.

... heeft de AVG ook leuke neveneffecten.

... wil het Agentschap Telecom dat er beveiligingseisen voor IoT-dingen komen.

... helpt de overheid het MKB om veilig te ondernemen.

... heeft de EU een grote cyberoefening gehouden in de luchtvaartsector.

... is de recente stroomstoring op Schiphol deels eigen schuld.

... gniffelt de beveiligingsgemeenschap als cybercriminelen hun beveiliging niet op orde hebben.

... ontwikkelt Apple een nieuwe functie die het dieven en opsporingsdiensten moeilijker moet maken om zich toegang tot een iPhone te verschaffen.

... mogen ook Chinese bedrijven in de data van Facebook graaien.

... heeft Facebook weer iets gelekt.

... bestaat “de securityspecialist” niet.

... krijgt de politiek oog voor deugdelijk patchbeleid.

... hebben de Belgen een quiz ontwikkeld om je digitale vaardigheden te testen. “U bent echt een krak in het bedenken van veilige paswoorden. Chapeau!”

… moet je altijd héél goed naar de letters in een link kijken. Maar zo gemakkelijk als in het getoonde voorbeeld is het lang niet altijd.