vrijdag 24 april 2026

Steenmarters

Afbeelding: Pixabay

In onze buurt wonen niet alleen maar leuke mensen. Er woont ook een steenmarter. En weet je waar dat beestje dol op is? Op de bekabeling en leidingen van auto’s. Jaren geleden al was bij ons de ruitensproeiervloeistofleiding doorgeknaagd. Bij de auto van de overbuurman waren onlangs de kabels aangevreten. Toen dat hersteld was, sloeg de marter weer toe. Bij dezelfde auto.

Kinderen en jongeren lopen niet graag door onze straat. Want bij zowat ieder huis staat een apparaatje dat een hoge pieptoon produceert zodra het beweging detecteert. En het vuurt lichtflitsen af. Dat schijnen steenmarters niet leuk te vinden. En jonge mensen, die een groter akoestisch frequentiebereik hebben, zijn er ook niet dol op (bij sommige apparaten hoor ik het trouwens zelf ook).

Er zijn meer defensieve strategieën. Bij ons hangt een wc-blokje onder motorkap. De buren gebruiken een bosje hondenhaar. Weer een ander heeft een stuk gaas onder de auto liggen. En ten slotte heeft ook nog iemand een soort schrikdraad in het motorcompartiment laten installeren. Ik heb aan Copilot gevraagd wat die hier allemaal van vindt. Volgens hem zijn het gaas en de (onschadelijke) hoogspanning redelijk effectief, maar moet je bij andere oplossingen ook een dosis geluk hebben. De geurmiddeltjes kun je vergeten. Alhoewel: in de praktijk bewezen, ben ik geneigd te zeggen. Waarna ik onmiddellijk moet toegeven dat ik het causale verband tussen het wc-blokje en het uitblijven van bijtschade niet kan bewijzen.

De steenmarter is een roofdier met een sterke territoriumdrift. Hij markeert zijn leefgebied met geursporen. Komt hij de geur van een concurrent tegen, dan probeert hij die te verwijderen. Bijvoorbeeld door hem weg te kauwen. Daarnaast hebben die kabeltjes een prettige geur en dito bite. Het is er ook nog eens lekker warm als auto op pad is geweest, en beschut.

Bij die auto die tweemaal werd aangevallen waren geen maatregelen getroffen. Dat impliceert dat de maatregelen, die de rest wél heeft getroffen, werken. Zoals inbrekers waarschijnlijk vaak het slechts beveiligde huis in een straat uitkiezen, zo kiest ook de steenmarter een hapje waarbij hij niet z’n oren of neus hoeft dicht te knijpen. Of waar hij geen stroomstoten krijgt. Die overbuurman heeft dan nog het geluk dat hij in een leaseauto rijdt. Misschien was hij daardoor ook lakser dan de rest. Maar ja, hij heeft er wel gedoe mee.

Gisteren was ik te gast bij het datacenter van een bedrijf waar veel geld omgaat. Dat was te zien aan de fysieke beveiligingsmaatregelen. Van buiten had het wel iets weg van een gevangenis. Eenmaal binnen werd mijn identiteit gecheckt en mijn vingerafdruk op een badge gezet. De badge hing aan een felrood riempje waarop stond dat ik alleen onder begeleiding mocht rondlopen, en op de badge stond de naam van mijn gastheer. Met de badge kon ik door een eenpersoons sluis dieper het pand in: buitenste deur gaat open, je stapt erin, deur sluit zich, je biedt je badge en je vinger aan en als alles klopt, opent de binnenste deur zich. Maar eerst moest je nog door een detectiepoortje (dat natuurlijk aansloeg op mijn broekriem) en gingen mijn spullen door een scanner.

De aard van mijn bezoek maakte dat we ook het dak op gingen. Bij de deur naar het dak moest de gastheer eerst de beveiliging inlichten, want uiteraard was die deur beveiligd. Niet alleen met een badgelezer, maar ook met een deur-staat-open-detector – vandaar dat telefoontje. Eenmaal op het dak zag ik hoe een zwenkbare camera ons nauwlettend in de gaten hield. Eenmaal weer binnen moest de gastheer ons weer afmelden.

In de beveiligingsloge stond een imposante hoeveelheid beeldschermen opgesteld, waarop een nog veel imposanter aantal camera’s was aangesloten. De beveiligers kunnen dat natuurlijk onmogelijk allemaal in de gaten houden, maar de systemen melden zichzelf wel met een piepje als ze een afwijking waarnemen. De beveiliger hoort aan het piepje waar hij moet kijken.

Onze buurman heeft me toegang gegeven tot de beveiligingscamera voren aan zijn huis. Twee zien meer dan een, moet hij gedacht hebben. Bovendien brengt zijn camera onze voortuin royaal in beeld. Het bood ook meteen een onschuldige opening om te vragen wat de camera aan de achterkant van zijn huis zoal ziet. Onze achtertuin is keurig buiten beeld. Gelukkig maar, want daar vinden we privacy toch belangrijker dan beveiliging door een derde.

En zo past iedereen, althans iedereen die erover nadenkt, zijn beveiliging aan zijn behoefte aan. Ik hoop alleen dat we niet in een wapenwedloop met die marter terechtkomen.

Volgende week verschijnt er geen Security (b)log.

 

 

En in de grote boze buitenwereld …