| Afbeelding: Unsplash |
“De mentaliteit is aan het omslaan. Nu de realiteit nog”, verzuchtte een collega. Kun je raden over welk onderwerp dit gesprek ging? Het zou over best wel veel dingen kunnen gaan, bedenk ik net. Bijvoorbeeld over gezond eten, roken, bewegen, noem maar op. Maar hé, dit is wel de Security (b)log hè.
Het gesprek ging over ICT in relatie
tot de geopolitieke situatie. Dat laatste is een nette manier om te zeggen: we
vinden de Amerikanen niet meer zo lief als vroeger (omdat ze ons pesten). Vooruit,
het gaat niet alleen om het wispelturige gedrag van de VS. Ook een land als
China maakt het ons niet makkelijk: we kunnen niet zonder hen, maar we willen liever
niets met ze te maken hebben. Maar op ICT-gebied zijn toch vooral de
Amerikaanse producten zichtbaar (de Chinese producten zitten verstopt in de
hardware).
De hele discussie rondom digitale
soevereiniteit draait erom dat we minder afhankelijk willen zijn van
Amerikaanse ICT. Want ‘ze’ kunnen zo maar iets uitzetten of in onze gegevens
snuffelen, is het sentiment in onze contreien. Dat voelt bepaald niet prettig.
Europa wordt zich steeds bewuster van de noodzaak, maar ook de mogelijkheid, om
zelfstandiger te worden. Dat bedoelde die collega met: “De mentaliteit is aan
het omslaan.”
En de realiteit? We hebben onszelf
lang wijsgemaakt dat we niet tegen de Amerikaanse techreuzen met hun
schaalvoordeel op kunnen. Maar die zijn ook ooit uit het niets begonnen. En
misschien is het in het begin een beetje duurder om je gegevens in een Europese
cloud te stallen – als je eenmaal hebt besloten dat het anders moet, dan moet
je ook bereid zijn daar een prijs voor te betalen. Maar het hoeft helemaal niet
duurder te zijn. Het kan zelfs goedkoper zijn. De Office-toepassingen van
Microsoft kosten geld, terwijl bijvoorbeeld LibreOffice en FreeOffice (beide
juridisch in Duitsland gevestigd) helemaal gratis te gebruiken zijn.
Er zijn nog veel meer
niet-Amerikaanse alternatieven voor Amerikaanse software. Ik werd getipt dat
een OSINT-specialist van de FIOD daar een mooi overzicht van had gemaakt (OSINT
= open source intelligence; inlichtingen vergaren uit openbare bronnen). Deze
collega geeft alternatieven voor maar liefst 21 categorieën software. Ik noem
er een paar: e-mail, VPN, browser, zoekmachine, AI-assistent, cloud &
opslag, kaarten & navigatie. In elke categorie noemt hij de de facto
standaard, gevolgd door diverse Europese alternatieven. En hij legt uit waarom
de nummer 1 zijn voorkeur heeft. Het is niet zomaar een lijstje, hij heeft er
echt onderzoek voor gedaan: reviews en discussies gelezen, informatie van
websites gehaald, dingen zelf uitgeprobeerd. Dat heeft, met de hulp van AI, geresulteerd
in een fraai document.
Het slechte nieuws is dat het
overzicht niet online staat. Daarom geef ik hier een paar voorbeelden. Voor
e-mail staat het Zwitserse Proton Mail op nummer één als alternatief voor Gmail
en Outlook, “omdat het de sterkste encryptie combineert met onafhankelijke
audits, een groot ecosysteem en het grootste bereik”. Als favoriete
VPN-leverancier komt het Zweedse Mullvad naar boven, “omdat het de strengste
invulling van privacy biedt: geen identiteit nodig, contant te betalen en herhaaldelijk
geaudit”. Ook in de categorie browser staat Mullvad bovenaan, “omdat het de
fingerprint-bescherming van Tor combineert met de snelheid van een gewone
browser”.
Als zoekmachine kun je het beste
Qwant uit Frankrijk gebruiken: “geen profilering, en bruikbare resultaten voor
dagelijks gebruik”. In die categorie wordt ook Mojeek genoemd, met als pluspunt
dat het een eigen index gebruikt (en dus niet op de resultaten van Google of
Bing leunt). Voor kunstmatige intelligentie kun je terecht bij het Franse
Mistral Le Chat/Vibe of, als vertrouwelijkheid belangrijk is, bij het Zwitserse
Proton Lumo. Bij datzelfde Proton kom je ook uit voor cloudopslag, “omdat het
versleuteling, gemak en integratie met de rest van je Proton-account combineert”.
En als je van Google Maps af wilt, kijk dan eens naar Organic Maps: “snel,
gratis, offline en zonder enige tracking”.
Toen ik eind vorige eeuw voor het
eerst in New York was, hield een dronken Ier een rede in de metro. Zijn jammerklacht
betrof het verdwijnen van een rechtstreekse verbinding tussen New York en
Shannon Airport, en zijn steeds herhalende riedel eindigde steevast met: “It’s
all a matter of economics.” En zo is het ook met onze digitale soevereiniteit:
het is allemaal economisch gedreven. Het verschil is wel dat jij zelf, als je
dat wilt, iets kunt doen om weer baas van je eigen data te worden.
Op 2 en 4 juni was ik met Security (b)log LIVE op de Liefde voor je vakweek. Collega’s waren uitgenodigd om hun verhaal te vertellen. Deze blog is de tweede uit een serie waarin deze input is verwerkt.
En in de grote boze buitenwereld …
- wil de Europese commissie dat de twee grootste Amerikaanse cloudleveranciers eerlijk spelen.
- staat het onderwerp digitale nalatenschap op de politieke agenda.
- had je kunnen inbreken op het tv-signaal van het WK voetbal.
- komt die gevaarlijke AI er toch wel.
- hebben we te maken met een AI-shift in cyber risk.
- kun je ook via WhatsApp met malware besmette bestanden ontvangen.
- wil Claude straks misschien je paspoort zien.
- voelt het Witte Huis de hete adem van de quantumcomputer in z’n nek (en toch hanteren ze een ruimer schema dan wij).
- hoef je nu niet meer helemaal naar China voor gezichtsherkenning in de openbare ruimte.