vrijdag 7 november 2025

Gaten graven

Afbeelding via Pixabay

“Sleufloze technieken”, stond op het bedrijfsbusje. Dan heb je mijn volle aandacht, als je je onderneming aanprijst met iets wat je niet doet. Ik vraag me dan meteen af: wat doen ze nog meer allemaal niet? Maar vooral: wat doen ze wél?

Het was een busje van VLST, voluit: Van Leeuwen Sleufloze Technieken. Een in 1969 door twee broers opgericht bedrijf. Hun vak is boren. Ze boren onder wegen, spoorwegen, waterwegen en ondergrondse infrastructuur, om buizen en leidingen onder de grond te krijgen. En dat dus zonder sleuven te graven. De straat hoeft niet open als VLST een leiding legt.

Was het mijn bedrijf geweest, dan had ik toch iets in de naam gestopt van wat ik wél doe. Iets als Van Leeuwen Boringen (VLB). Want tja, ik pas zelf ook heel veel sleufloze technieken toe. Sterker nog, ik doe bijna niets anders. Op dit moment zit ik geheel sleufloos een blog te typen, en toen ik gisteren naar beveiligingsincidenten keek, spitte ik weliswaar figuurlijk in de beschikbare gegevens, maar echt graven kwam er niet aan te pas. Enfin, je begrijpt waar ik heen wil: vertel me wat je doet, niet wat je niet doet. Overigens vind ik dat het tunnelgraafbedrijf van Elon Musk een geniale naam heeft: The Boring Company. Hoewel ik me afvraag of de medewerkers het leuk vinden om op feestjes te vertellen dat ze bij een ‘saai’ bedrijf werken.

In mijn vak maken we ook gebruik van tunnels. Die komen zonder graven, ja zelfs zonder boren tot stand. Je hebt er alleen wat wiskunde voor nodig. Of specifieker: cryptografie (ha, toch iets in de naam dat op graven lijkt). Zo’n tunnel is een veilige verbinding over een openbaar netwerk. Dat openbare netwerk is vaak het internet. Als je dat gebruikt om verbinding te maken met je bedrijf – bijvoorbeeld zoals ik nu: ik zit thuis te werken en ben via het internet verbonden met ons datacenter – dan wil je niet dat het dataverkeer onderweg kan worden afgeluisterd. Dat bereik je met een VPN, een Virtual Private Network, oftewel een cryptografische tunnel. Het is zelfs een eenpersoonstunnel; alleen jij maakt gebruik van die specifieke tunnel. Doet me denken aan die keer dat we met een camper door de VS trokken. In Zion National Park moesten we door een tunnel, maar dat zou door de ronde vorm van de tunnel niet passen. De rangers hielden het verkeer aan de andere kant tegen en ik kreeg op het hart gedrukt om precies over de middenstreep te rijden. Alleen zo zou de camper erdoor passen. Maar dat terzijde.

Omdat alleen jij die tunnel gebruikt, is de vertrouwelijkheid van het gegevensverkeer gewaarborgd. Maar zo’n tunnel kan meer: bij het opbouwen ervan kan worden gecheckt of jij überhaupt wel een tunnel naar die bestemming mág aanleggen, en of de bestemming wel echt de juiste is. Beide eindpunten van de tunnel worden geauthentiseerd: hun identiteit wordt gecontroleerd. Aan het opbouwen van de tunnel komen digitale certificaten te pas; zie ze maar als een soort paspoort. En dan heb je nog een protocol nodig, een afspraak over de ‘taal’ die je spreekt. Voorbeelden daarvan zijn TLS/SSL, IPSec en OpenVPN.

Als je gebruikmaakt van digitale certificaten, dan maak je gebruik van zogenaamde asymmetrische cryptografie. Dat is bij uitstek de vorm van cryptografie die wordt bedreigd door de quantumcomputer. Als er over een aantal jaren een quantumcomputer bestaat die krachtig genoeg is, dan zal die in staat zijn om asymmetrische cryptografie te breken. Jouw VPN-tunnel is dan lek. Tenzij het protocol tijdig quantumproof wordt gemaakt. Daar wordt wereldwijd met man en macht aan gewerkt, maar organisaties moeten wel zelf in actie komen om alles te implementeren. Dat kost veel tijd – waarschijnlijk zelfs meer tijd dan er nog is. Er is dus haast mee gemoeid.

Toch blijft die term knagen. En wat blijkt? ‘Sleufloze technieken’ heeft in zes talen een Wikipedia-pagina! Mijn verbazing kwam dus voort uit onwetendheid. Je ziet wel vaker dat een vakgebied een term verzint die daarbuiten niet wordt begrepen. Vroeger had je computerterminals die niet met een beeldscherm, maar met een printer werkten; het waren eigenlijk printers met een toetsenbord. Sommige medestudenten noemden zo’n ding een ‘schrijfprinter’. Dat sloeg nergens op, maar we wisten wel wat ze bedoelden. En daar gaat het om.

 

En in de grote boze buitenwereld …

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten