vrijdag 31 oktober 2025

Digitale kliko

 

Foto van auteur

Ik weet niet wat mij het meest irriteerde. Was het de spelfout, of toch het feit dat mijn pakje in de kliko was gedumpt? Of was het dat hartje, waarmee de bezorger zijn daad vergoelijkte?

Kijk, als ik ergens iets bestel, dan wil ik dat artikel natuurlijk zo snel mogelijk hebben. Maar ik wil het ook daadwerkelijk ontvangen, en het moet intact zijn. Die beide laatste eisen kan ik niet goed rijmen met bezorging in de afvalcontainer. Er kan namelijk genoeg misgaan. Het zou me niet verbazen als hele bendes ‘s middags door verlaten woonwijken struinen, op zoek naar in kliko’s gedumpte pakketjes. Bovendien kan een huisgenoot, die van niets weet, zomaar een lading vers oud papier in de blauwe kliko gooien zonder het pakketje op te merken. Een opmerkzame buurman, die wél eraan heeft gedacht dat die containers vandaag worden geleegd, kan zo vriendelijk zijn om jouw container ook aan de straat te zetten. En als de kliko al leeg was, dan moet je erin duiken om dat felbegeerde pakje te bemachtigen. Enfin, je begrijpt dat ik de container bepaald niet als surrogaat-brievenbus beschouw.

Natuurlijk heb ik daar al menige bezorger op aangesproken. Die zeggen netjes sorry en beloven beterschap. Klaag je bij hun werkgevers, dan krijg je eveneens het gewenste antwoord: foei, we zullen het intern bespreken. Maar er verandert natuurlijk nooit wat. Er zit veel te veel tijdsdruk op de bezorging, en de bezorgers worden, afhankelijk van de constructie, betaald per afgeleverde zending. Mee terugnemen betekent voor sommigen geen geld. Het is dus, zeg maar, een pragmatische keuze om het pakje dan maar ergens achter te laten. En de kliko is dan nog een relatief veilige plek. Ik ken gevallen waarbij het pakje ‘gewoon’ bij de voordeur werd achtergelaten.

Je kunt in een soortgelijke situatie terechtkomen als je niet weet waar je je data opslaat. Als je thuis bijvoorbeeld een recente versie van Microsoft Office gebruikt, dan slaan Word, Excel en de andere programma’s jouw bestanden het liefst – dat wil zeggen standaard – op in de cloud. Als je ze ‘gewoon thuis’ wilt opslaan, dan moet je daar moeite voor doen. Ik durf te wedden dat veel mensen niet eens weten dat hun bestanden in de cloud terechtkomen, laat staan wat dat betekent. Als ze het wel zouden weten, dan zouden ze misschien schrikken, of verontwaardigd zijn: “Waarom heeft niemand mij dat verteld?!” In die zin is de cloud een digitale kliko. 

Raak je dan bestanden kwijt die in de cloud staan? Waarschijnlijk niet. Maar het kan je wel overkomen dat je er tijdelijk niet bij kunt doordat de clouddienst een storing heeft. Je hoort ook steeds vaker de term ‘digitale soevereiniteit’. Dat gaat dan over het zelfbeschikkingsrecht van een land over zijn gegevens. Ik zie een golfbeweging: in de beginjaren van de public cloud zeiden we vaak dat de cloud niets anders dan de computer van iemand anders is – en dat je daar toch zeker je gegevens niet zou willen opslaan? Toen duidelijk werd dat de grote clouddienst-verleners hun zaakjes picobello op orde hadden, ontstond een run op de cloud; het was de logische plek om alles bij die Amerikaanse techreuzen, onze vrienden, onder te brengen. In het huidige geopolitieke klimaat kijken we met een flinke dosis scepsis naar die Amerikaanse hegemonie.

Wat geldt voor jouw privésituatie, geldt ook voor de organisatie waar je voor werkt. Die wil ook dat haar gegevens niet zomaar, ondoordacht, ergens terechtkomen. Dat betekent dat er heldere richtlijnen moeten zijn over wat wel en niet in de cloud mag. Voor overheidsorganisaties is dat niet alleen een beleidskeuze, maar ook een politieke. En ‘helder’ betekent dat het beleid ook gemakkelijk uitvoerbaar moet zijn. Lange groene en rode lijsten gaan niet werken. De techniek schiet ons hier te hulp met een CASB: een Cloud Access Security Broker. Die controleert en handhaaft automatisch het bedrijfsbeleid bij het gebruik van cloudapplicaties, zodat gevoelige informatie alleen onder veilige en toegestane voorwaarden wordt opgeslagen en gedeeld.

Maar natuurlijk is de techniek niet feilloos. En dus moet veel  meer naar alternatieven dicht bij huis, onder onze eigen soevereiniteit, gekeken worden. Bert Hubert is iemand die daar flink voor lobbyt. Hij heeft al eens voorgesteld om een soort ‘Cloud Kootwijk’ op te richten. Hij knipoogt daarmee naar het radiostation, dat Nederland in de koloniale tijd oprichtte om voor het contact met de koloniën niet afhankelijk te zijn van het concurrerende buitenland: Radio Kootwijk. Het imposante gebouw met de bijnaam De Kathedraal staat er nog. Met wat aanpassingen kun je er zo een nationale cloud huisvesten. Moeten ze daar wel ook even goede afspraken met de pakjesbezorgers proberen te maken.

 

En in de grote boze buitenwereld …

Geen opmerkingen:

Een reactie posten