vrijdag 23 januari 2026

De hoogte in

Afbeelding via Unsplash

In 1981 gingen we op vakantie naar de Costa del Sol. We konden het appartement van een achterneef voor een zacht prijsje huren, in een flat pal aan het strand van Torre del Mar. Die flat had een lift, en over die lift ga ik het hebben. Want die was best wel bijzonder.

Hij had namelijk geen geheugen. Als je mee wilde, drukte je zoals bij alle liften op een knop. Maar als de lift al onderweg was naar een andere verdieping, dan negeerde hij jou. Je moest opnieuw drukken zodra het ritje klaar was, en dan maar hopen dat niet iemand anders je te vlug af was. Zo kon het best wel een tijdje duren voordat je de lift te pakken had. En ik weet het niet meer precies, maar ik denk wel dat de knoppen in de lift hadden voorrang boven de knoppen op de verdiepingen. Anders zou je misschien nooit op je bestemming komen.

Dat was dus een lift waarbij het zinvol was om op de knop te blijven drukken. Maar bij alle moderne liften, dames en heren, is dat van generlei waarde. Uw verzoek staat genoteerd, en vroeg of laat komt er echt wel een lift. Herhaaldelijk drukken leidt alleen tot slijtage aan de drukknop. En, wellicht ten overvloede: druk alleen op de knop van de gewenste rijrichting, dus op de pijl naar beneden als u die kant op wilt. Drukt u ook op de andere knop, dan is de kans groot dat u, tot uw eigen ergernis, in de verkeerde richting wordt meegenomen.

Wachten is zelden leuk en daarom proberen we wachttijden in te korten. Daarvoor doen we soms dingen tegen beter weten in. Soms zit je net zo ongeduldig achter de computer. Hij reageert niet snel genoeg, en dus probeer je het nog een keertje. Dat helpt niet. Het werkt zelfs averechts: de computer moet aandacht besteden aan jouw herhaalde actie en dat kost capaciteit (al merk je daar tegenwoordig niet veel van; vroeger was dat wel anders).

De kracht van reclame zit in de herhaling, zo luidt een oude marketingwijsheid. Daarom zie en hoor je sommige reclames tot vervelens toe terugkomen (mijn persoonlijke jeukadvertentie: “De energietransitie is onmogelijk”). Maar in mijn vakgebied kunnen ze er ook wat van. Op conferenties en congressen houden ze ons al jaren voor dat we met z’n allen moeten samenwerken aan een veiligere wereld. Af en toe zie je op zo’n event een mooi voorbeeld van een dergelijke samenwerking, maar vaak blijft het naar mijn idee bij loze kreten. Maar ja, niemand kan tegen het gezamenlijk verslaan van de gemeenschappelijke vijand zijn, en dus wordt het thema jaar na jaar uit de kast getrokken. Wat mij betreft volstaat het als een conferentie een naam heeft; een thema hoeft niet. Maar het maakt ook niet echt uit – als de inhoud maar goed is, en dat is gelukkig vaak het geval.

Ook deze week was ik op een samen-kunnen-we-het-maken-congres. En ook hier zat het thema de inhoud gelukkig niet in de weg. De baas van de MIVD kwam vertellen dat we de Russen niet kunnen vertrouwen en de CISO van de Hema had, ter illustratie van de zwakste-schakel-mantra, een AI-plaatje van rookworstkettingen die in de winkel hingen; de inhoud van haar verhaal ben ik grotendeels kwijt, maar wat indruk maakte op de zaal was dat ze in haar vorige functie – vanwege die functie – zowel fysiek als digitaal was bedreigd. Daar moet je toch niet aan denken.

Het beste verhaal kwam van mijn cyberheld Mikko Hyppönen uit Finland. Na een carrière van tientallen jaren in de cybersecurity – hij begon als virusanalist – maakte hij onlangs en tot zijn eigen verbazing een switch naar de defensie-industrie. Hij analyseert nu geen computervirussen meer, maar militaire drones. Daar heeft de oorlog in Oekraïne – “in het hart van Europa,” aldus Mikko – hem toe aangezet. Omdat die drones zo ontzettend veel slachtoffers maken heeft hij het tot zijn missie gemaakt om te helpen deze wapens uit de lucht te halen. En net als bij malware is ook dit een kat-en-muisspel. Klassieke drones tackle je via de radiosignalen waarmee ze worden bestuurd. Vijf procent van de drones, die je nu op het slagveld ziet, slepen een tot twintig kilometer lange glasvezeldraad achter zich aan, waardoor er geen radiosignalen meer nodig zijn. En nog modernere drones worden helemaal niet meer door een mens bestuurd, maar door AI. En hoe vecht je daar tegen? Juist, met AI-drones.

Er bestaan liften waarbij je niet op een pijl drukt, maar intoetst naar welke verdieping je wilt. De computer berekent dan welke passagiers het beste kunnen worden gecombineerd en wijst iedereen een lift toe. Dan hoeft niemand te twijfelen of de lift weet dat je meewilt.

 

En in de grote boze buitenwereld …

Blijven we maar gewoon het rode potlood gebruiken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten